Wat is de waarde van een vakantiedag?

Elke werknemer bouwt tijdens het dienstverbandvakantiedagen op, minimaal 20 per jaar en meestal meer. Een werknemer die uit dienst gaat, heeft bij het einde van de arbeidsovereenkomst recht op uitbetaling van de vakantiedagen die niet zijn gebruikt. Vaak ontstaat er discussie over de waarde van een vakantiedag. In de praktijk zie je dat veel werkgevers meestal te weinig betalen. Hieronder leest u hoe die waarde juist berekend moet worden.

Vakantie is een grondrecht
Dat een werknemer recht op een minimum hoeveelheid vakantie heeft, vinden wij in Europa een grondrecht. Elke werknemer moet zonder belemmeringen van vakantie kunnen genieten, zodat hij kan herstellen van het werk. Het opnemen van een vakantiedag mag daarom geen nadeel opleveren voor de werknemer. Als hij dan minder betaald zou krijgen, kan dat de werknemer weerhouden om vakantie op te nemen. Tijdens een vakantie moet de werknemer economisch in een zelfde positie worden gebracht als waarin hij zou verkeren alsof hij aan het werk was. De werknemer moet in vakantieperiodes het ”normale loon” blijven ontvangen. Maar, wat is het normale loon?

Vakantiedagen uitbetaling in eindafrekening
Het maakt voor de waardering van een vakantiedag niet uit of de werknemer een vakantiedag opneemt of dat de vakantiedag wordt uitbetaald aan het einde van het dienstverband. In beide gevallen moet van hetzelfde loonbegrip worden uitgegaan. Dat geldt overigens ook voor wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. Beide soorten vakantiedagen worden op een zelfde wijze gewaardeerd. Overigens is de vakantiewetgeving (meestal) niet van toepassing op atv/adv.

Berekening waarde vakantiedag
De waarde van een vakantiedag is gebaseerd op het normale loon. Loon is de vergoeding die de werkgever moet betalen voor het verrichten van de ”bedongen arbeid” door de werknemer. Voor wat betreft het vakantieloon wordt uitgegaan van een ruim loonbegrip. Al de tussen werkgever en werknemer overeengekomen looncomponenten vallen hieronder. Nagegaan moet worden of de beloning die een werknemer ontvangt intrinsiek samenhangt met het verrichten van het werk, niet met het bestaan van de arbeidsovereenkomst als zodanig.

Uit de vele jurisprudentie blijkt duidelijk dat in ieder geval het gebruikelijke (gemiddelde) salaris hieronder valt, net als vakantietoeslag, een dertiende maand, een winstuitkering en een eindejaarsuitkering.

Toeslagen
Regelmatig is er discussie tussen werkgever en werknemer of een toeslag ook tot het vakantieloon behoort. Niet bij elke werknemer die een toeslag ontvangt of heeft ontvangen, moet dit worden meegenomen in de berekening. Als de werknemer op regelmatige basis toeslagen ontvangt, dan houdt de toeslag intrinsiek verband met het verrichten van de arbeid. Dat is het geval als de werknemer een vaste toeslag ontvangt, zoals een ploegentoeslag of onregelmatigheidstoeslag, maar ook ten aanzien van de toeslag op onregelmatige uren, als die met enige regelmaat worden verricht.

Bonus
Ook over de bonus bestaat vaak discussie. Een bonus of winstdeling kan afhankelijk zijn van de prestaties van de werknemer, van het bedrijf of de afdeling, of van een combinatie van factoren. In vrijwel alle gevallen oordeelt de rechter meestal dat de bonus moet worden meegenomen in het vakantieloon. De vraag is dan tegen welke hoogte. Het moet gaan om een representatieve periode, bijvoorbeeld een gemiddelde over de laatste 3 of 5 jaren. Dat kan dus per geval verschillen en het kan de moeite waard zijn om te bezien of alle voorgaande jaren wel representatief zijn.

Werkgeversdeel pensioenpremie
Over het werkgeversdeel van de pensioenpremie bestaat nog de meeste discussie. Geleerden en rechters zijn verdeeld in twee kampen. Het verschil met andere looncomponenten is dat pensioenpremie niet rechtstreeks aan de werknemer wordt betaald, maar aan een pensioenfonds of -verzekeraar en dat de werknemer het niet voor andere doeleinden kan gebruiken. Toch werd vaak geoordeeld dat het moet worden meegenomen, omdat het een bepaalde waarde vertegenwoordigt en voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst.

De laatste tijd lijken meer rechters een andere mening te zijn toegedaan. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde kort geleden dat het werkgeversdeel van de pensioenpremie niet meegenomen hoeft te worden. De belangrijkste overweging is dat de werknemer tijdens het dienstverband de pensioenpremie ook niet kreeg uitbetaald en dat de gestelde pensioenschade voortvloeit uit de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, niet uit het niet kunnen opnemen van de vakantiedagen.

De Kantonrechter in Rotterdam volgde die lijn recent. Een uitspraak van de Kantonrechter Utrecht pakte ook in het nadeel van de werknemer uit, omdat de werknemer niet kon uitleggen waarom hij schade had geleden doordat het werkgeversdeel van de pensioenpremie niet was meegenomen. Er zijn dus goede redenen om dit onderdeel niet mee te nemen bij de berekening.

Wilt u meer hierover weten, neem dan gerust contact op.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.